Schadeschap luchthaven Schiphol

Bij het openen van de Polderbaan werd ook het Schadeschap Schiphol opgericht. Het Schadeschap werd belast met de behandeling van verzoeken om schadevergoeding als gevolg van de Planologische Kernbeslissing Schiphol in 1995. Door deze beslissing kon de Polderbaan in gebruik worden genomen.

Bij dit Schadeschap kon iedereen die van mening was dat hij door de toegenomen geluidshinder recht had op nadeelcompensatie (waardevermindering van de huizen), een verzoek tot geldelijke compensatie indienen.

De AVBU heeft dat namens haar leden gedaan met het argument dat - vóór het in gebruik nemen van de Polderbaan -  niets te merken was van het vliegverkeer van en naar Schiphol. Echter, vanaf het gebruik van deze Polderbaan loopt de 20Ke-grens nu pal over Uitgeest en is er wel degelijk sprake van sterk toegenomen geluidshinder (van bijna 0 naar 20Ke). Bovendien werd de Polderbaan één van de twee preferente banen (samen met de Kaagbaan) en dus altijd in gebruik.

Wat hierna volgde was een lange, juridische strijd tussen de AVBU enerzijds en het Schadeschap anderzijds. Wat uit berekeningen en metingen duidelijk werd, was het feit dat de geluidshinder boven Uitgeest door het in gebruik nemen van de Polderbaan sterk was toegenomen. Alhoewel de Adviescommissie dat ook toegaf, vond de Besliscommissie toch dat er geen reden was om tot uitbetaling over te gaan omdat de geluidshinder nét buiten het 35Ke-gebied viel. Dit vond de AVBU een arbitraire grens. Bovendien suggereerde de Besliscommissie dat na een zekere periode gewenning zou optreden.

De strijd begon bij de Besliscommissie, vervolgens naar de Haarlemse Rechtbank en tenslotte bij de Raad van State in Den Haag. Alle instanties moesten toegeven dat de geluidshinder was toegenomen. De AVBU was van mening dat door de toegenomen geluidshinder de waarde van de huizen met gemiddeld 15% was gedaald. Bovendien was de AVBU van mening dat het besluit van het Schadeschap niet zorgvuldig tot stand was gekomen en dat alsnog tot uitkering van schade diende te worden overgegaan. Helaas: de Raad van State sprak uit dat juridisch niet was aangetoond dat er sprake was van waardevermindering van de huizen in Uitgeest. Met deze uitspraak eindigde voor de AVBU haar lange, juridische strijd.    

 

Uiteraard was de AVBU erg teleurgesteld over deze uitspraak van de Raad van State, maar voelde zich genoodzaakt zich hierbij neer teleggen.